© ROKI Foundation Holland

ROKI

27 oktober 2019

 

Lieve allemaal,

 

Klábam. Voor degene die dit een vreemd woord vinden, dit is de verwoording van een heel harde knal. Nu gebeurt het wel meer dat we iets van een schot horen en dat is hier best wel ingrijpend. Zo’n harde knal klinkt tegen de wanden van de heuvels of bergen zoals we dit hier noemen. Dat geeft een echo, dus de knal komt van rechts en je hoort deze twee keer van links komen. Dan denken we maar dat iemand vlees in de diepvries wil hebben. Maar dit keer was het heel dichtbij, dus een beetje bij de winkel vandaan. Dat betekent op een afstand van ongeveer 20 meter. Wel een beetje vreemd zo binnen het dorp. Gelukkig hoorden wij de reden. Het was een echt schot, dus uit een geweer. Troost was dat het een rubber kogel was. Beangstigend dat het schot en dus de kogel bestemd was voor een beer. Beest wordt er niet door gedood, maar heeft wel een stevige blauwe plek de komende dagen. Hopelijk is hij of zij zo geschrokken dat hij of zij niet meer binnen de bebouwing komt. In Nederland gingen de gesprekken, toen we daar waren, meestal over het weer, hier gaat het bijna altijd over de beren. Onze buurman, een redelijk nuchter man, staat elke dag om zes uur ’s morgens de stront bij de koeien weg te scheppen en hij vertelde dat hij dan bijna altijd een beer in de achtertuin ziet. Deze jaagt hij weg, maar……. Rond dat tijdstip gaat Aart meestal even plassen en zegt tegen Sandorbacsi dan netjes ‘jó regelt’, dus goede morgen. En de WC waar hij gaat grenst aan de achtertuin van de buren. Even stil zijn en nadenken. Inderdaad dus niet meer in het donker naar de WC lopen, want waarom gaat dat beest of die beesten wel naar de buren en niet naar ons? We worden beschermd, maar weet zo’n beest dat ook? Verhalen gaan van een man die zijn maisveld ging inspecteren en daar een beer tegen kwam. Kostte hem niet zijn leven, maar wel een paar pond aan mensenvlees. Of een man die was gaan vissen en tegen de gewoonte voor zijn vrouw telefonisch niet bereikbaar bleek te zijn. Toen ze hem gingen zoeken zagen ze wel zijn telefoon, maar hem pas na langer zoeken. Hij was aangevallen door een beer en was niet meer toonbaar voor de familie. Echtgenoot en vader is er niet meer. Je gaat toch op een andere manier naar buiten. Zaklantaarn aan en even rond schijnen voordat je de voortent uitgaat. Scannen op vader of moeder beer.  Nog een paar weken en dan komen we weer naar Nederland. Geen bedreiging meer van beren, maar hoeveel leeuwen en beren zijn op onze weg in Nederland?

 

Eh?? Is dat een Sint Bernardhond? Daar op de helling? Het is wel het lichaam van zo’n grote hond, maar zijn kop is niet vierkant maar redelijk spits. Even goed kijken. Ja hoor het is een beer. Als we naar ons dorp rijden komen we over een berg door een bos. Daarna maken we een grote curve, zeg maar een hoek van zo’n 200 meter heen en uiteraard lager weer diezelfde afstand terug. We reden op dat lagere gedeelte toen we dit zagen. Gelukkig zaten we in de auto en voelden ons veilig. Volgens ons houden beren niet van ingeblikt voedsel en beren met een blikopener hebben we ook nog niet gezien. Maar dit exemplaar was wel heel dicht bij het dorp.

 

De kinderen zijn gecontroleerd bij een opticien. Ja hoor die zijn hier ook. Normaal is dat je naar een oogarts gaat die je ogen controleert en dan een recept uitschrijft voor een bril. En een rekening laat betalen. Met dat recept ga je naar de opticien, die doet het werk van de arts netjes opnieuw en zorgt voor de bril. Uiteraard tegen de betaling van de kosten. Nu hebben ze de arts overgeslagen, want de opticien doet hetzelfde nog eens. Van de kinderen moesten er 4 een bril aangemeten krijgen. Sommigen hadden zelfs een afwijking van 40 tot 60%. Gek maar die waren trots dat ze een bril kregen en de anderen waren teleurgesteld dat ze die niet kregen. Gek hè? Sandra schreef een berichtje met verzoek of iemand een bril wilde sponsoren, want zo’n uitgave was niet begroot. Daar moest je heel snel op reageren, want binnen 10 minuten had ze toezeggingen voor 8 brillen, dus ook een reserve. Best wel nodig, want Noémi maakte echt een neuslanding. Op één of andere wijze viel ze plat op haar gezicht. Neus en voorhoofd geschaafd, maar de mond ging open voor een stevige huilbui. Gelukkig kwam de werkster haar troosten en ja, hoor, ze nam Noémi op schoot en begon ……… de glazen van de bril schoonmaken. Dus niet de schaafwonden of de tranen, maar ze begon de brillenglazen te poetsen. Dat schijnt redelijk normaal te zijn, maar die glazen doen geen pijn. Wel een paar pittige krassen, maar die poets je niet weg. Na een paar tellen kwam ze daar achter en verzorgde de wonden in het gezicht. Inmiddels heeft Noémi een paar stevige korsten op haar voorhoofd en neus. Staat best wel interessant, de krassen vallen daarbij in het niet. Gelukkig.

 

De bouw is in een stroomversnelling. De deuren zijn geplaatst, de deur naar het huidige huis is aangebracht, dus we kunnen van het oude naar het nieuwe gebouw lopen, alleen moet er nog een trapje worden gemaakt omdat er 40 centimeter hoogte verschil is. Maar elke dag komt er weer wat afgewerkt bij. Misschien is het wel klaar als we over een paar weken naar huis komen. Gelijktijdig zijn we de plannen gestart voor de verbouwing van de oude keuken tot huis voor de vrijwilligster. Thermopane ramen en deur staan klaar en een paar vrijwilligers komen die plaatsen. Een deel van de oude kamra (opslagkast) wordt overgebracht naar de nieuwe kamra, waarna op die plaats een douche en toilet wordt gebouwd. Dan een geul uithakken in de vloer voor de afvoer. Klusje van een dag hard werken. Logistiek een uitdaging, want het is telkens een deeltje overbrengen, terwijl alles gewoon doorgaat. Ook het nutsbedrijf voor de elektriciteit probeert ons het werken zuur te maken. De afgelopen week twee dagen geen elektriciteit en de komende week zouden ze nog eens twee dagen geen stroom leveren. Zegt men in het dorp. Hopelijk hebben ze geen gelijk, want al je apparatuur dat niet op een accu werkt doet echt helemaal niets zonder stroom. Maar zoals we wel eerder schreven, wij zien geen problemen maar uitdagingen. Alhoewel je ’s nachts wel eens wakker wordt en het een tijdje duurt voor je weer kunt gaan slapen. We zijn en blijven mens.

 

We hebben trouwens fantastisch weer. Elke dag wel 24 of 25 graden. We kunnen ’s avonds niet meer in de voortent blijven, maar trekken ons terug in de caravan. Niet alleen voor de beren J, maar voor de temperatuur. We hebben daar een gaskachel, maar die hoeft alleen ’s morgens een half uurtje aan. Het is dus best om uit te houden. We horen uit Nederland wel gure berichten, dus blijven we hier onze weken wel uitzitten.

 

Hierna volgde nog meer onderwerpen, maar dan zouden we aan meer dan 2000 woorden komen. Dat komt volgende week wel in ons bericht. Nog twee weken en dan zijn we serieus aan het voorbereiden terug te komen. Dat zal wel weer een dagje ellende geven. Zoals telkens: we kunnen een heleboel, maar afscheid nemen is ons bijna onmogelijk. Bid voor ons, voor de kinderen hier, voor de werksters en de vrijwilligster. Zij hebben het zo nodig, want het is best pittig voor hen, maar zij moeten zich ook gedragen weten door de gebeden.

 

Met hartelijke groet,

Aart en Ria.