© ROKI Foundation Holland

ROKI

9 oktober 2018

 

Lieve allemaal,

 

Niet schrikken, maar er staat hier een grote politieman voor de voortent. Groot, breed en in een donker uniform met een stevig pistool aan de koppel. Dat vinden jullie vreemd? We zullen het uitleggen.

 

Zaterdag en zondag zijn hier verkiezingen. Het gaat over het wel of niet wijzigen van de wet op het huwelijk. Nu staat er in de wet dat een huwelijk tussen een man en een vrouw is en dat willen ze wijzigen tot huwelijk tussen mensen, dus geen blokkeringen voor welke geaardheid ook. Daar mogen de inwoners over stemmen, dus voor of tegen de wijziging.

 

In ons dorpje Abod is in de school het stembureau ingericht. Deze week kwamen elektriciens controleren of de stroomvoorziening goed was. Daarna kwam de lokale politie, die je nooit ziet, controleren of het veilig was. Gisteren twee brandweermensen ook voor de controle. Het is nooit zo druk geweest op ons terrein. Vandaag kwamen twee mensen bij ons om de spullen voor het stemmen uit het lege klaslokaal te pakken en naar de school te brengen. Probleempje is dat we die gebruiken als opslag annex werkplaats, dus veel verplaatsingen. Daarna een heel comité van wel 10 mensen, die weer spullen verwijderden. Kennelijk toch te ouderwets. Deze spullen staan weer buiten en gaan de opslag weer in. Zo blijf je werken??? Daarna plakten ze met gewoon tape een doorgescheurd A4-tje op de deur en deurpost. Zo, het klaslokaal is als stembureau verzegeld.

 

Iedereen ging weg, maar de (nacht-)politieman bleef. Die heeft het licht in de school aangedaan!! Kan toch niet, dat was toch verzegeld? Ja hoor, gewoon tape losmaken, schakelaar omzetten en tape weer aanbrengen. Zijn auto staat er recht voor, dus naast onze voortent. Hij heeft een stroomkabel aangesloten en een elektrisch blaaskacheltje in de auto gezet. Het vriest, dus blijft hij warm in de auto als bewaking van het stembureau. Net hem even gesproken met steenkool Engels, Hongaars, Roemeens, of wel een allegaartje. Twee nachten staan hem te wachten. Fles water en een aantal sneden brood. Hij komt de nachten wel door.

 

Leuk hoor, de kinderen kijken hun ogen uit. Een echte rendör zoals het hoort, imposante verschijning. Was wel even lachen. Ze zitten op de schommel en als Aart even buiten kijkt roepen ze hard: Aart bacsi, rendör. (Oom Aart, politie). Alsof je die man met zijn zwarte auto vlak voor onze voortent over het hoofd kan zien. Ze waren wat stiller, maar dat zal morgen wel anders zijn, dan zullen ze wel vrijer of vrijpostiger zijn. We wachten wel af.

 

Overdag komen de stemmers, nou ja, de eerste dag waren het er wel drie. Het stembureau wordt bezet door vijf mensen en een politieman (van zes tot negen in de avond) met zijn auto op ruimere afstand. Heel prettig voor de kinderen, want die kunnen zich uitsloven voor al deze, voor hen, nieuwe mensen. En dat komt aan, want ze spelen met de kinderen. De politieman deelde zijn banaan met Lorrika en even later zagen we Lorrika lopen met een zonnebril. Gekregen van de politieman. ’s Middags plukten we een doos vol met appels van de boom in de tuin. De kinderen wasten die en brachten bij alle mensen, dus vijf plus één drie appels. Die werden dankbaar aanvaard. Aan het eind van de dag kregen we allemaal een ijsje van die mensen. Zo zie je maar weer dat een kort maar hevig contact verbroederd of verzusterd.

 

Vandaag vroeg de overdag politieman in het Roemeens of we spullen konden gebruiken. Uit zijn kofferbak haalde hij twee zakken met spullen. Morgen even bekijken, maar het gebaar doet toch heel goed. Hij heeft er in elk geval aan gedacht. Je verwacht het niet van zo’n uniforme man, die er een beetje bars uitzag. Uitzag ja, want opeens na dit gebaar kijk je met andere ogen naar zo’n man.

 

Wij mogen in Nederland ook op een stembureau zitten. Meestal van 11 uur tot einde tellen, dus ongeveer 12 uur en dan komen ongeveer 600 stemmers. Hier is het ietsje anders. Ze zitten hier twee dagen van 06.00 uur tot 21.00 uur voor welgeteld 19 stemmers. Je zou je toch stierlijk vervelen? Gelukkig is dit op het terrein van het kindertehuis, dan heb je nog wat vertier.

 

Vanmorgen netjes ‘good morning’ gezegd tegen de nieuwe juffrouw van de school. Ze spreekt Engels, dus voor ons wel fijn en het is daarnaast ook een fijn mens om mee om te gaan. Ze is natuurlijk onze buurvrouw, dus daar ga je meestal goed mee om. Maar ja, zij zegt ‘good morning’ terug en begint meteen in het Engels: zal ik je eens wat vertellen? Nou zijn we eigenlijk wel nieuwsgierig, want meestal beperkt de conversatie zich tot gesprekken over het weer zoals een goede Nederlander hoort te doen. Dus nu van onze schreden richting WC afgezien en terug gekeerd. Ze had op de reis hier naartoe een beer gezien, zo’n hele grote op de weg tussen Makfalfa en het bos. De chauffeur van de schoolbus waar ze mee meerijdt, had gezegd dat hij dit nog nooit had meegemaakt, dus was het wel uniek. Oei, dat geeft wel te denken. Wij lopen daar nooit, we zijn altijd met de auto en een beer met blikopener komt bij ons weten nog niet voor. Maak ze maar niet wijzer. Maar veel dorpelingen lopen bergje op en bergje af, als ze geen lift krijgen van de schaarse auto’s. Dus waar de beer zich ophoudt. En daar wordt niemand vrolijk van. Deze beestjes houden niet echt een winterslaap en komen ’s winters de dorpen in. We wisten wel dat ze hier rondliepen, maar daar hadden we ze niet verwacht. We beraden ons nog hoe de juffrouw aan de andere kant van de berg komt. Heen met de schoolbus, maar terug moet ze lopen als ze geen lift krijgt. Het is een heel aardige vrouw en die wil je toch niet missen?? Brrr. Of beer?

 

Jullie hadden nog te goed waarom heel veel Hongaren hier dezelfde naam hebben. Dat is vrij simpel. Het is historisch gegroeid. Beleid van dictator was dat de Hongaren en Roemenen vermengden. Door echte Hongaarse namen te nemen, die niet te vertalen zijn in het Roemeens, werk je dat tegen. Tevens zijn het namen van historische helden en daarmee laat je zien dat je historisch geïnteresseerd bent en daarmee dus een echte Hongaar. Simpel toch??

 

We hebben een nieuwtje. We komen niet met de caravan terug. Bij de schooljuffrouw thuis was een grote schuur niet meer in gebruik en daar kunnen we de caravan de winter stallen. Dus gewoon bij hen thuis achter hun hek. Nu bedenken wat we in de auto mee moeten nemen naar Nederland en wat hier blijft. Ook opschrijven wat hier blijft zodat we volgend voorjaar tenminste nog weten wat er in de caravan is gebleven. Zal even wennen worden dat we na drie jaar heen en weer sukkelen, nu weer ouderwets gaan autorijden, dus zoals we toentertijd zijn begonnen. Alleen zijn we nu 20 jaar ouder geworden, dus even goed nadenken en plannen.

 

Het is hier in twee dagen koud geworden. Dus van 28 graden naar 14 graden overdag. En vorst. Tomaten, courgettes, pompoen en sierkalebassen, allemaal bevroren en dus dood. Tuinopruiming is vroeg begonnen. In de voortent, als het zonnetje erop staat is het 30 graden, maar in de avond trekken we ons terug in de caravan. Op de vloer bij onze benen ligt een elektrische deken en slaan we een vliesdekentje om onze benen. Een dik vest en we hebben het aangenaam. De komende week voorspellen ze warmer weer, dus blijven we optimistisch.

 

Met de kinderen gaat alles goed. Iedereen heeft zijn of haar eigen eigenaardigheden. Opvallend is dat die specifieke eigenaardigheden bij elke werkster anders zijn. Vandaag weer een staaltje meegemaakt. Thuis is het de gewoonte brood te eten en ze wilden altijd brood bij de soep. Dat is afgeschaft, want het zijn bijzondere kinderen: als er eten is eet je zoveel mogelijk (en dat is veel!!!) want de andere dag is er niets. Hier krijgen ze drie maaltijden per dag en dat zeven dagen in de week, dus extra brood is absoluut niet noodzakelijk. Bij de werkster vandaag probeerden ze het weer. Nu zijn wij erbij, dus was het antwoord “nem” (nee). Dan verandert het gezicht in de bedelstand en wordt de stem in de bedelstand gezet. Weer nee. Volgende argument: bij de andere werkers krijgen we het wel. Pech jongens want Aart bacsi en Ria neni maken ze allemaal mee. Bij de anderen vragen jullie het al niet meer en krijgen jullie het ook niet meer, tenzij het gerecht daar aanleiding toe geeft. Dan wordt er inwendig stevig hoorbaar gegromd en als je dan zo iemand bij het nekvel pakt, komt er een stevige lach op het gezicht, zo van: ik mag het toch proberen? Nee, nem, no nein, nu, non (of welke taal ook) dus.

 

Ze worden hier best wel een beetje verwend. Ze hebben een mammoet skelter. Met één van de transporten uit Nederland mee gekomen en in het lege schoollokaal terecht gekomen. Hij zou het niet doen. In alle drukte geen tijd tot twee weken geleden. Eens goed gekeken, valt allemaal eigenlijk wel mee. Banden oppompen en maandag een stevige revisie. Jongens even helpen naar buiten te rijden en ja hoor een middag feest. Nou ja, feest, levensgevaarlijk. Boven bij de groentetuin duwtje en dan doordenderen tot helemaal beneden. Drie keer waarschuwen: jongens (inderdaad zijn het de jongens) kijk uit voor de kleine kinderen en denk om het materiaal. Toen de waarschuwing voor de vierde keer zou moeten gegeven worden en ze probeerden trap te lopen met de skelter, was het gedaan met de pret. Een paar dagen later de skelter weer vrijgegeven en een knuffel van dankbaarheid ontvangen, tot ….. het ze lukte om op de twee zijwielen te rijden met iemand op de spatborden. Oké, nu een straf van 10 minuten niet rijden. Dat deed wel heel erg zeer. Als ze nu stunten, kijken ze eerst of we in de buurt zijn en zo ja of we het gezien hebben. Het zijn dus net kinderen. Komt nog bekend voor toen wij ze van deze leeftijd hadden.

 

De regel dat ze alleen op hun eigen fiets mochten rijden, was door de directie een beetje losser gemaakt. Als je het deed met toestemming van de ander mocht je ook op iemand anders zijn of haar fiets rijden. En toen was de beer los. De grote jongens overtroeven de jongere kinderen, dus zagen we één of twee jongens op bijna alle fietsen rijden. Tot gisteren, toen was de maat vol. Één van de jongens had zijn eigen fiets gemold en neergegooid. Aan zijn kleinere zusje gevraagd (nou ja gevraagd??? Meer geëist) om haar fiets en vervolgens daarmee gaan crossen. Het was een mooie en leuke fiets. Deze ook gemold en dat binnen een kwartier. De werkster zei foei, maar toen Aart het te horen kreeg, kwam er een stevige preek (weliswaar in het Nederlands) op zeer verhoogd stemgeluid. Gevolg? Een maand geen fiets van wie dan ook en ook niet op de skelter. Dat deed zeer. Waarschijnlijk is een maand te lang en zullen we voorstellen dat te verkorten tot twee weken en twee weken voorwaardelijk. Al was het maar dat we het woord maand niet in het Hongaars weten. Haha, maar dat weet hij nog niet. Een maand noemen we 30 dagen en dat gaat nog wel. Schorriemorrie noemen we ze, maar wel lieve schorriemorrie, want na de preek en het opleggen van de straf heb je al spijt als je het bedrukte bijna huilende van ellende gezicht ziet.

 

De kleintjes gaan ’s morgen naar de ovada (peuterspeel). Dat is hier wel heel erg rustig. Eigenlijk niks aan. Maar voor hen is het prachtig. ’s Morgens met grote rugzak naar ‘school’ en om 12 uur halen we ze weer op. En ze hebben het naar hun zin. Echt prachtig om mee te mogen maken. Zeker nu ze bijna elke dag een smiley krijgen, een punt. Trots. Niet te omschrijven zo trots. Zie je zo’n kleine dreumes, grote rugzak en een geel stickertje tussen duim en wijsvinger al lopen? Helaas mogen ze niet hoesten, dan moeten ze thuis blijven of een snotterbel hebben, ook thuis blijven. Ja, en dat komt wel eens of meerdere keren voor, het zijn net kinderen en volgens ons is de incubatietijd zodanig dat ze dat allemaal op de ovada opdoen. Maar ja, eentje thuis is ook wel lekker.

 

Nu iets persoonlijks om af te sluiten. We krijgen van veel mensen een reactie op onze berichten. Jullie bemoedigen ons, bidden voor ons, prijzen ons werk etc. Dat doet ons heel erg goed. Jullie kunnen je misschien niet voorstellen hoe dat is als je op zo’n afstand van elkaar leeft en dat er zoveel meeleven is. Daarom uit de grond van ons hart: heel, heel, heel hartelijk dank daarvoor. Willen jullie doorgaan? Vooral met bidden voor ons? Het wordt steeds spannender. Nog drie weken en we moeten hier afscheid nemen en worden we weer even verscheurd door onze gevoelens. We hebben het altijd nodig, maar nu even een paar weken extra veel.

 

Bid ook voor Attila, Sandra en hun kinderen, de werksters, de kinderen van Kerub. En de jonge vrouw die hier als vrijwilligster wil komen. Heerlijk om zo iemand te ontmoeten. Ze wil geen carrière opbouwen of salaris, maar hier, door de werksters te ondersteunen, met de kinderen bezig zijn. Onvoorstelbaar om daar getuige van te mogen zijn. Ze moet nog veel regelen, thuisfront, geld (helaas toch ook wel nodig), afscheid, taal etcetera. Ze heeft dus veel gebed nodig. Wij doen het, jullie toch ook?

 

Zit even te denken. Ons volgende bericht is het laatste voordat we gaan rijden. Hè bah!! Maar dan mogen we jullie weer ontmoeten. Hmmmm fijn!!! Snappen jullie het nog?

 

Met lieve groet,

 

Aart en Ria

 

NB. Sorry, het werd wat langer. Excuses (niet helemaal gemeend). Tevens was de rekening van het internet niet betaald en krijgen jullie dit bericht dus later.