© ROKI Foundation Holland

ROKI

18 oktober 2018

 

Lieve allemaal,

 

Dit is waarschijnlijk van ons het op één na laatste bericht van dit jaar. Het is in elk geval onze laatste avond in de caravan. De voortent hebben we gisteren afgebroken en vandaag zijn we bezig geweest met de caravan. Morgenochtend de puntjes op de IE (J) en morgenmiddag gaan we de caravan in de schuur zetten. Later in dit bericht komen we daarop terug. Daarna gaan we naar Attila en Sandra voor een weekendje vertegenwoordigen Stichting ROKI, samen met nog een bestuurslid  en vrienden uit Nederland ontmoeten. We willen dinsdag gaan rijden en hopen vrijdag of zaterdag weer in Wilnis te zijn.

 

We willen jullie vooral bedanken voor jullie belangstelling en gebeden. Onze tijd zit nu vol met voorbereiding voor de terugreis. Voor de goederen die we normaal aanwezig hebben in de caravan moet nu een beslissing genomen worden. Laten we dat hier of nemen we het mee en daarbij is de ruimte in de auto bepalend. We kunnen hier ook goederen in dozen of tassen laten en bedenken wat we D.V. volgend jaar mee kunnen nemen. Best wel vreemd om dat al te bedenken, want hoe zal het komende half jaar verlopen? Geen idee, maar we weten dat alles in de hand van God ligt en dat Hij alles stuurt en bepaalt.

 

Even een verzoekje vanuit Kérub. In het voorjaar 2019 heeft Fekete Sandra, als voorzitter en directeur van het kindertehuis het voornemen om voor een week naar Nederland te komen om voorlichting te geven en sponsors te zoeken. Heeft iemand van jullie daar belangstelling voor of contacten? Geef dat dan even door, dan krijgen jullie of die contacten nader bericht. Het is geheel vrijblijvend, zoals ook de week nog vrijblijvend is.

 

Kennen jullie het verhaal van de barmhartige Samaritaan? Even globaal: een reiziger wordt beroofd en voor dood achter gelaten. Een joodse priester en godsdienstige leider komen voorbij en lopen door. Een Samaritaan, die niet tot de sympathisanten van de Joden behoorde, stopte wel en verzorgde de reiziger. Hoe komen we bij dit verhaal?

 

De laatste jaren hebben we de gewoonte ontwikkeld te zwaaien naar iedereen die we op weg naar de hoofdweg tegen komen. In het begin keek iedereen een beetje vreemd, maar gedurende de drie jaar dat we het doen zijn ze er kennelijk aan gewend en zwaaien terug. We haalden twee kinderen uit de ovada (kinderdagverblijf) in Makfava. Voordat we de berg oprijden zit altijd een oudere man te kijken en we hebben de gewoonte om ook naar hem te zwaaien. Op de heenreis hebben we dat nog gedaan en hij zwaaide ook naar ons. Op de terugreis was er een commotie op die hoek en zagen we mensen naar een bepaalde plaats lopen. Hé, Janosbasci zit er niet, maar hij ligt daar op de grond en een heleboel mensen om hem heen. Onrust in ons gevoel, dus auto op de handrem en erheen gegaan. Auto stond wel een beetje vreemd, maar wat geeft dat. Bij hem aangekomen zaten mensen bij hem zijn naam te roepen en in zijn gezicht te slaan. Het zag er niet goed uit, dus met zachte drang de mensen weggeduwd en direct begonnen met reanimeren. De mensen in de omgeving werden steeds rustiger, kennelijk omdat ze zagen dat we ons best deden om hem weer tot leven te brengen. Het was best emotioneel, de mensen waren kennelijk familie van hem en de tranen vloeiden stevig. Ook werd er luid geroepen en gehuild, kortom een stress situatie. In ons beste Hongaars gevraagd of de ambulance was gewaarschuwd of een dokter? Ja, dat was gedaan. Is ergens een AED? Vreemde blikken. Oké, dat is geen Hongaars woord. Intussen hartmassage toegepast door Aart en beademing door Ria. Terwijl wij hard aan het ‘werk’ waren kwam een ons bekende auto aanrijden. De auto van een ons bekende dominee. Dan verwacht je dat hij onze auto ziet en ons ziet werken. Je verwacht dat hij even stopt en tenminste vraagt of hij ons kan helpen of de twee kinderen mee kan nemen. Neen hoor, onverminderde snelheid en hij rijdt zomaar voorbij. Zoals bij het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Niet dat wij dan gezien moeten worden als de Samaritaan, maar hij wel als de priester. Jammer, de laatste week van ons verblijf kijken we anders naar hem. Wij werkten intussen door en na 20 minuten was de ambulance er en werden wij verlicht van ons werk. Het werd nu door 4 personen gedaan. Na 25 minuten met hartmassage, injecties en beademing constateerde het personeel van de ambulance dat hij gestorven was. Alles loskoppelen en mochten wij nog met de familie helpen hem de woning van een dochter in te dragen en hem daar netjes neer te leggen. Afscheid van de familie genomen door omarmen en dubbele hand schudden (één normale hand en de andere om de pols van de ontvanger). Bij hen tranen met tuiten en desondanks bedankten zij ons. De rest van de middag was ons lontje kort en hadden we emotionele momenten. Voor Aart herkenbaar vanuit zijn vroegere werk, voor Ria wat nieuwer.

 

De dag daarna reden we weer langs de hoek. Die is nooit meer hetzelfde. Daar zit hij nooit meer en de mensen steken nu zelf de hand op. De wegen van God zijn ondoorgrondelijk. Oh ja, hij was 77 jaar en behoorde tot de groep die ze hier zigeuner noemen.

 

Als we de ‘priester’ nog even spreken zullen we hem vragen waarom hij niet gestopt is. Hij zal wel een goede reden hebben, want als mens stop je toch als je mensen in nood ziet en zeker als er buitenlanders daar op hun knieën bij een liggend persoon zitten te bewegen. Ook als je om hun auto moet rijden? Toch? Of zijn wij nu een beetje kortzichtig of de eenlingen op deze aarde? Nee toch.

 

Één keer in de maand gaan de kinderen naar huis om daar binding mee te houden. Het is een schrille tegenstelling, hoewel de kinderen het kennelijk niet beseffen. Hier zoveel en thuis niets, behalve contact met moeder en soms een vader. Na het weekend kwamen de kinderen weer terug. Nu zijn er films met zombies en daar kunnen we de kinderen mee vergelijken als ze terug komen. Bij aankomst krijgen ze in elk geval te eten en schone kleren aan. Daarna gaan ze naar school. Één van hen viel tijdens de les gewoon van zijn stoel, flauw gevallen. De werkster haalde hem op, gaf hem suikerwater en een extra boterham. Daarna was het probleem opgelost. Daaruit concluderen we dat ze tijdens het weekend geen eten hebben gekregen en ook veel te weinig slaap. Tijdens de warme lunch leek het alsof ze een gat in de maag hadden. Het eten was niet aan te slepen. Een tweede keer opscheppen lijkt normaal, maar nu vroegen ze om een derde keer. Dit wordt dan geweigerd, omdat er voldoende gegeten was.

 

Één van de moeders (vader werkt ergens in het buitenland en zorgt voor enig geld voor de moeder en haar kleine kindje) kan de zorg voor de kinderen niet aan, maar vindt het wel erg dat het niet gaat. Zij bezoekt de kinderen bij de OVADA (kinderdagverblijf). Dit vinden de leidsters niet leuk, omdat ze de hele tijd erbij blijft. Haar kleinste had medicijnen gekregen voor snotneuzen en dit kwam ze ook haar andere twee kinderen brengen. Weer een conflict, want bij Kerub krijgen ze ook medicijnen die nodig zijn. Twee keer geven kan ernstige gevolgen hebben. Dus goed bedoelt, maar gevaarlijk voor de kinderen.

 

Opvallend was dat het water intussen weer goed ruikt, maar het warme water uit de boilers bleef stinken naar rotte eieren. Daarom besloten om de boilers schoon te maken. Op internet gekeken naar filmpjes hoe het moest en toen de stoute schoenen aangetrokken. Zoals Pippi Langkous het zegt: Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik kan het. En dan is het schrikken. Wat blijft er allemaal niet liggen in een boiler na drie jaar gebruik. Een half emmertje met kalk en vuiligheid. Element niet meer zichtbaar door aanslag. Kortom, het was goed dat we die schoonmaakten. En weten jullie wat het mooie was? Na alles weer gemonteerd te hebben, deed alles het weer, zonder lekken of doorslaande stoppen. Het werk stapje voor stapje omschreven en de volgende keer gaat alles makkelijker. Tevens een onderhoudsplan gemaakt, zodat inzichtelijk is wat elk jaar of om de zoveel jaar gedaan moet worden. Ook wat op termijn vervangen zal moeten gaan worden. Kan Kerub in een boekwerk vastleggen, uiteraard na vertaling in het Hongaars, Roemeens en Engels. Trouwens de stank van het water is weg. Iedereen dus weer blij.

 

Voor degene die niet in wonderen geloven hebben we de volgende gebeurtenis. De vier kleintjes gaan elke morgen om half acht met de schoolbus naar de OVADA. De oudste jongen (15 jaar) brengt hen in het gebouw van de OVADA en wij halen hen daar weer op om 12.00 uur. Dat houdt natuurlijk op omdat wij weer naar Nederland vertrekken. Sandra heeft een verzoek ingediend bij de gemeente dat de schoolbus om 12.00 uur extra rijdt, dus voor de vier van Kerub en de zoon van de dominee. Er waren wat schermutselingen op de Hongaarse manier en het verzoek werd afgewezen op grond van wettelijke bepalingen. Sandra heeft ook haar verzoek mondeling toegelicht, dus met argumenten, en toen werd het eerste besluit herzien. Wij stoppen op vrijdag en vanaf maandag rijdt de schoolbus. Er is dan ook begeleiding bij van de schoonmaakster van de OVADA. Kunnen jullie je voorstellen dat op dinsdag voordat wij stoppen dit besluit is gekomen? Precies op tijd. Wij geloven dat God alles bestuurt zelfs een burgemeester, die dit soort besluiten moet nemen. De vier kinderen kunnen gewoon naar de OVADA blijven gaan. Alles valt precies op tijd op het juiste plekje.

 

Intussen is de voortent afgebroken. Symbolisch voor ons gevoel. De kinderen zijn het er niet mee eens en zeggen dat de hele dag. Niet doen, niet goed en het voelt ook niet goed. Het afscheidsproces is begonnen. Morgen caravan opruimen en schoonmaken. ’s Middags bieden we de kinderen en de medewerkers een eenvoudige maaltijd aan in het restaurant Gerendas. Vrijdagmiddag brengen we de caravan in de stalling en gaan logeren bij Attila en Sandra. Daar ontmoeten we onze broeders uit Urk en mogen we ’s avonds goulash koken en eten. Zondag vieren we samen met nog een bestuurslid en meerdere sponsoren van Lidya Home het 25 jarig bestaan van Lidya Home. Maandag ontmoeten we een delegatie van Stichting Tabitha en dinsdag gaan we rijden. Vrijdag of zaterdag hopen we in Wilnis aan te komen. Misschien valt het verscheurde gevoel dit jaar mee, omdat we nu al problemen hebben. Afscheid nemen van 11 kinderen, de drie werksters, de buren, het dorp, onze kinderen en kleinkinderen is absoluut niet fijn. Jullie zijn even nog niet in beeld. We wentelen ons nog even in vervelende gevoelens. Misschien dat het maandag minder is en dat we dinsdag met verlangen weer gaan rijden.

 

Het eten in Gerendas is achter de rug. Wat een voorbeeldige kinderen zijn het. We waren met 19 personen in totaal en er was geen misklank. Maar wat kunnen die kinderen een voedsel verstouwen!! Ze kregen allemaal een groot stuk gepaneerd kipschnitzel, patat, salade en een bakje met tomatenketchup. De allerkleinsten kregen het niet op, maar daarvoor hebben we Deszö en Davíd. Die kregen de resten naast hun eigen portie. Een half uurtje buiten spelen en toen nog een ijsje. Iedereen zat propje vol.

 

Weten jullie wat zo vervelend is aan dit? Het is afscheid en daar kunnen we na al die jaren nog steeds niet tegen. We kunnen wel een paar woorden daarvoor schrijven, maar dat is niet welgevoegelijk. De jongeren zouden schrijven zwaar k………., maar wij zijn netjes: waardeloos. Gewoon even niets.

 

Aart en Ria.